Quotes

De wet van 22 april 2019 verleent een belastingvermindering i.v.m. de premies die een belastingplichtige betaalt voor een kwalificerende rechtsbijstandsverzekering. Zij voorziet erin dat “de belastingplichtige […] geïmmuniseerd wordt vanaf het ogenblik dat hij een attest heeft gekregen van de verzekeraar waarin staat dat aan alle wettelijke [voorwaarden] voldaan is. Indien niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, zal [het bijgevolg] de verzekeraar [zijn, en niet de belastingplichtige, die] het onterecht toegekende belastingvoordeel [moet] terug betalen aan de fiscus” (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3560/005, 17). Over deze voorwaarden en dit bijzonder beschermingsmechanisme voor de belastingplichtige, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

Beroepsmatige receptiekosten (die slechts voor de helft aftrekbaar zijn als beroepskost) zijn volgens het Hof van Cassatie de “kosten die de belastingplichtige maakt in het kader van zijn externe relaties voor de ontvangst van derden, ongeacht of zij hoofdzakelijk of bijkomend een publicitair doel hebben” (Cass. 22 maart 2019). Over de reden waarom het Hof van Cassatie met deze omschrijving van ‘receptiekosten’ een pad in de korf zet van de vorige minister van Financiën, zie Fiscoloog nr. 1610, p. 1.

De wet tot invoering van het nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen “behoudt het kapitaal-concept enkel voor de naamloze vennootschap”. “Voor de besloten vennootschap (‘BV’) en de coöperatieve vennootschap (‘CV’) worden het begrip ‘maatschappelijk kapitaal’ – en meteen ook het vereiste van een minimumkapitaal van 18.550 euro (zoals het thans geldt voor de BVBA) – afgeschaft”. “Deze wijzigingen nopen tot aanpassingen aan het WIB 92” (MvT, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3367/001, 5-6). Om te weten welke aanpassingen aldus worden doorgevoerd aan het WIB 1992, zie Fiscoloog nr. 1609, p. 1-7.