Quotes

De Rulingcommissie breit een vervolg aan haar rulings over de vraag welke omvang de (fiscaal aantrekkelijke) auteursrechten mogen aannemen die een bedrijfsleider zich kan laten toekennen vanuit zijn vennootschap. Dat vervolg neemt de vorm aan van een nieuwe voorwaarde die speelt “zodra minimaal één creatieve voltijds equivalent” (bv. een werknemer) “prestaties levert waarvoor een vergoeding voor auteursrechten wordt toegekend". Zie Fiscoloog van deze week, p. 1 over wat de nieuwe voorwaarde precies inhoudt en over de vraag waarom zij het fenomeen van de 'pseudo-wetgeving' in dit verband verder aanwakkert.

Op basis van zijn visitatierecht heeft de fiscus vrije toegang, "op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging", tot de beroepslokalen van de BTW-plichtige teneinde "de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden" (art. 63 WBTW). In een aantal arresten heeft het hof van beroep te Brussel zich onlangs uitgesproken over de vraag of een visitatie die tot doel heeft belastingplichtige ‘X’ te controleren, kan worden uitgebreid tot een onderzoek van de stukken i.v.m. belastingplichtige ‘Y’, nu deze stukken zich eveneens in de bezochte plaats bevinden. Over het antwoord van het beroepshof, waaruit overigens ook blijkt dat het hof een zeer koele minnaar is van de Antigoon-leer, zie Fiscoloog nr. 1621, p. 1.